Algemeen

Waarvoor is het overzicht 'Herziening lage premie' bedoeld?

Wanneer er in een kalenderjaar meer dan 30% extra uren verloond worden dan in de arbeidsovereenkomst is vastgelegd, geldt sinds 1 januari 2022 dat de lage WW-premie moet worden herzien. 

De 30%-herzieningssituatie is alleen van toepassing op werknemers met een arbeidscontract van gemiddeld minder dan 35 uur per week. Herziening is dus niet nodig voor werknemers met een arbeidscontract van gemiddeld minimaal 35 uur per week. Om dit te bepalen moet er rekening gehouden worden met alle arbeidsovereenkomsten van de werknemer waarop de lage WW-premie van toepassing is. Is er sprake van meerdere loonheffingensubnummers? Dan moet gekeken worden naar de arbeidsovereenkomsten met de lage WW-premie van alle loonheffingensubnummers.  

Om te bepalen of sprake is van meer dan 30% overwerk, moeten de uren van alle dienstbetrekkingen van de werknemer meegeteld worden. Dit geldt zowel voor dienstbetrekkingen met de lage WW-premie als de hoge WW-premie. Ook hier wordt gekeken naar alle loonheffingensubnummers. Vervolgens moeten de volgende stappen worden doorlopen:

  1. Tel alle verloonde uren van de werknemer bij elkaar op. Houd rekening met alle verloonde uren in alle aangiftetijdvakken van alle dienstbetrekkingen in het kalenderjaar.
  2. Bepaal hoeveel uren contractueel zijn vastgelegd. Dit gaat om alle contractueel overeengekomen uren voor alle aangiftetijdvakken van alle dienstbetrekkingen in het kalenderjaar. Rond daarbij het aantal overeengekomen uren per aangiftetijdvak rekenkundig af op twee decimalen.
  3. Bereken het percentage van hoeveel uren meer verloond zijn dan contractueel overeengekomen is. Rond het percentage naar beneden af op hele getallen. 

Als het percentage 31% of hoger is, moet de werkgever de lage WW-premie herzien, anders niet. Het overzicht 'Herziening lage premie' geeft een indicatie van de situaties waarbij de lage WW-premie moet worden herzien.

Waar moet de flexwerker/vaste medewerker aan voldoen om op het overzicht te komen?

  • Er ligt een overeenkomst voor onbepaalde tijd vast;
  • De lage ww-premie is vastgelegd;
  • De overeenkomst is schriftelijk vastgelegd;
  • Er is geen sprake van oproep.

Wordt er ook rekening gehouden met het herzien van de lage WW-premie i.g.v. het eindigen van de arbeidsovereenkomst uiterlijk 2 maanden na aanvang van de dienstbetrekking?

Nee, het overzicht houdt alleen rekening met het herzien van de lage WW-premie wanneer er in een kalenderjaar 30% meer uren verloond zijn dan in de arbeidsovereenkomst is vastgelegd. 

Studentenbaan

Welke informatie wordt getoond in de kolom 'Studentenbaan'?

Wanneer ‘Studentenbaan’ (zie tabblad ‘Cao-overige’) het gehele kalenderjaar van toepassing is bij een flexwerker wordt deze flexwerker niet getoond op het overzicht. In geval van een gedeeltelijke studentenbaan in het betreffende kalenderjaar wordt de flexwerker wel op het overzicht getoond, en wordt er in de kolom 'Studentenbaan’ 'Gedeeltelijk’ zichtbaar. Wanneer een flexwerker niet onder de studentenbaan valt wordt er 'Nee' getoond in de kolom 'Studentenbaan'.

Wordt een flexwerker getoond op het overzicht als voor het gehele loonjaar studentenbaan van toepassing is?

Nee, als voor het gehele jaar de studentenbaan van toepassing is zal de flexwerker niet op het overzicht worden getoond. Er is immers sprake van een uitzonderingsregel (altijd lage premie), dus de lage WW-premie hoeft niet te worden herzien. 

Welke aangiftetijdvakken moeten worden meegenomen in de bepaling van de gemiddelde contracturen als een flexwerker die onder de studentenbaan valt later in het jaar 21 jaar wordt en dan een vast contract krijgt (indicaties J/J/N)?

Voor de 30% herzieningsregeling is er sprake van 2 toetsen:

  • Voor toets 1 (is er sprake van een gemiddelde arbeidsduur van 35 uur per week?) tellen alle contracten mee waarop de lage premie van toepassing was, dus ook die ten tijde van de lage premie bij < 21 jaar.

  • Voor toets 2 (is de 30%-norm overschreden?) tellen alle inkomstenverhoudingen mee (laag en hoog) in alle aangiftetijdvakken van hetzelfde kalenderjaar.

Wanneer op basis van alle verloonde uren blijkt dat er sprake is van een herzieningsverplichting, moeten dan ook de tijdvakken waarin de flexwerker jonger was dan 21 jaar, en waarbij er minder dan 48 c.q. 52 uur in een aangiftetijdvak is gewerkt, worden herzien? 

Nee. De persoon van jonger dan 21 jaar valt onder een uitzonderingsregel (altijd lage premie). Bij overschrijding van de 30%-norm wordt de lage premie van de aangiftetijdvakken waarvoor deze uitzonderingsregel geldt niet geraakt. Deze tijdvakken tellen wel mee in de twee toetsen voor het beoordelen van de 30%-herzieningsregeling. 

Verloonde uren

Hoe worden de totale verloonde uren bepaald?

Om het aantal verloonde uren per kalenderjaar te bepalen worden de verloonde uren uit alle aangiftetijdvakken en alle dienstbetrekkingen tussen de betreffende werkgever en de werknemer in een kalenderjaar bij elkaar opgeteld. Er wordt uitgegaan van de reeds aangegeven loonaangiftes, dus alleen de verloonde uren die zijn aangegeven worden meegenomen in de resultaten van het overzicht.

Wat gebeurt er wanneer er geen verloonde uren zijn?

Indien er geen verloonde uren zijn wordt er geen percentage getoond op het overzicht in de kolom 'Verschil percentage', maar wordt er een '/'-teken weergegeven.

Contracturen

Hoe worden de contracturen bepaald?

Per aangiftetijdvak wordt het aantal contracturen per week (zoals aangegeven in de loonaangifte) vermenigvuldigd met 4 indien er sprake is van een aangiftetijdvak van 4-weken, en met 13/3 indien er sprake is van een aangiftetijdvak van een maand. De overeengekomen omvang van de te verrichten arbeid per aangiftetijdvak wordt rekenkundig afgerond op 2 decimalen. Om de overeengekomen vaste arbeidsomvang per kalenderjaar te bepalen wordt het totaal van de omvang per aangiftetijdvak in het betreffende kalenderjaar bij elkaar opgeteld. 

Er wordt uitgegaan van de reeds aangegeven loonaangiftes, dus alleen de contracturen die zijn aangegeven worden meegenomen in de resultaten van het overzicht.

Hoe worden de contracturen bepaald wanneer de dienstbetrekking een deel van het aangiftetijdvak beslaat?

Bestaat de dienstbetrekking een deel van het aangiftetijdvak, dan moeten de contracturen worden vermenigvuldigd met het aantal kalenderdagen dat de dienstbetrekking in dat aangiftetijdvak heeft bestaan, gedeeld door 7. Er wordt rekenkundig afgerond op 2 decimalen. 

Van welke contracturen moet ik uitgaan als de overeengekomen arbeidsomvang verandert gedurende het aangiftetijdvak?

Het kan voorkomen dat de overeengekomen arbeidsomvang verandert gedurende het aangiftetijdvak. Voor de toepassing van deze regeling wordt uitgegaan van wat is opgegeven in de loonaangifte en wordt er dus geen rekening gehouden met mogelijke wijzigingen in de overeengekomen arbeidsomvang gedurende het aangiftetijdvak. 

Resultaten overzicht

Ik heb het overzicht aangemaakt met de instelling 'Afwijking meer dan 30%', maar er staan flexwerkers op waarbij de lage WW-premie niet herzien hoeft te worden. Hoe kan dat?

De 30% herzieningssituatie geldt niet indien de overeengekomen arbeidsomvang gemiddeld 35 uur per week of meer bedraagt in een kalenderjaar. Wanneer er sprake is van een gemiddelde arbeidsomvang van 35 of meer uur per week wordt de flexwerker wel zichtbaar op het overzicht wanneer je kiest voor 'Afwijking meer dan 30%', maar wordt er 'Nee' getoond in de kolom 'Herzien'. 

Waarom is er een negatief percentage zichtbaar op het overzicht?

Wanneer er minder verloonde uren dan totale contracturen zijn zal er een negatief percentage te zien zijn op de resultaten van het overzicht.

Wordt het afwijkingspercentage afgerond?

Ja, de berekening voor het afwijkingspercentage is als volgt: ((verloonde uren/totale contracturen) - 1) x 100%. Het percentage wordt naar beneden afgerond op een heel percentage. 

Toetsing

Wat zijn de toetsingsregels?

De toetsingsregels zijn als volgt:

  • Toets 1. Er wordt bekeken of er in het jaar sprake is van een gemiddeld aantal contractuele uren van 35 uur of meer per week. Voor die toets tellen alle arbeidsovereenkomsten mee die voldoen aan de voorwaarden voor de lage premie. Wanneer het urencriterium niet wordt gehaald moet ook toets 2 worden gedaan.
  • Toets 2. Er wordt gekeken of het aantal verloonde uren meer dan 30% van het aantal contracturen op jaarbasis overschrijdt. Hierbij tellen alle inkomenstenverhoudingen mee (laag en hoog) in alle aangiftetijdvakken van hetzelfde kalenderjaar.  

Voorbeeld toetsing 1

Flexwerker A heeft een bepaalde tijd contract t/m 30 juni 2022 met 40 contracturen per week en per 1 juli 2022 een onbepaalde tijd contract (schriftelijk, geen oproep) met 20 contracturen per week. Aan het einde van het jaar blijkt dat deze flexwerker gemiddeld 28 verloonde uren per week heeft gewerkt (dus 1456 over het hele jaar). Er is sprake van een maandaangiftetijdvak. Als alleen wordt gekeken naar de arbeidsovereenkomst waar de lage premie betrekking op heeft, dan zit je boven de 30%. Als wordt gekeken naar beide arbeidsovereenkomsten, dan is er een gemiddelde van ongeveer 30 contracturen per week en zit je met de verloonde 28 uur binnen de 30% grens. Wat geldt in deze situatie:

Toets 1:
Voor deze toets kijk je naar alle contracten waarvoor de lage ww-premie geldt, in dit geval het contract dat gestart is per 1 juli. Bij deze toets bepaal je het gemiddelde aantal contracturen per week, dat je afzet tegen de norm van 35. Het urencriterium wordt niet gehaald. Dus moet je ook toets 2 doen.

Toets 2:
Je gaat uit van uren per jaar:
a. Je telt van alle contracten alle contracturen per week uit de aangifte loonheffingen, omgerekend naar contracturen per aangifte, van het hele jaar bij elkaar op. Dat is in het eerste contract 6 x 40 x 13/3 en in het tweede contract 6 x 20 x 13/3, totaal 1560 uur.
b. Je telt van alle contracten alle verloonde uren uit de aangifte loonheffingen van het hele jaar bij elkaar op. Dat is 1456 uur. Er zijn minder verloonde uren dan contracturen, dus de lage premie hoeft dus niet te worden herzien. Zou het aantal verloonde uren meer dan 2028 (130% van 1560) zijn, dan zou daarmee het aantal contracturen met 30% overschreden zijn. In dat geval moet de lage ww-premie wel worden herzien.

Voorbeeld toetsing 2

De werkgever hanteert een aangiftetijdvak van een maand. De werknemer heeft een vast contract voor twintig uur per week. De overeengekomen arbeidsomvang per aangiftetijdvak is (20,00 uur x 13/3) = 86,666. Dit is rekenkundig afgerond 86,67 uur. De werknemer heeft van januari tot en met december gewerkt. De overeengekomen arbeidsomvang per kalenderjaar wordt berekend door per maand (86,67 uur) de overeengekomen arbeidsomvang bij elkaar op te tellen. Dat is 12 x 86,67 = 1040,04 uur.

Er is sprake van 1200 verloonde uren in het kalenderjaar. ((1200/1040,04) – 1) x 100% = 15,38%, dus afgerond 15% meer verloonde uren dan de overeengekomen arbeidsomvang. Dit is minder dan 30% daarom wordt in dit geval de lage WW-premie niet herzien.

Voorbeeld toetsing 3

De werkgever hanteert een aangiftetijdvak van vier weken. De werknemer heeft een vast contract voor vijftien uur per week. De overeengekomen arbeidsomvang per aangiftetijdvak is (15,00 uur x 4) = 60,00 uur. De werknemer heeft van januari tot en met december gewerkt. De overeengekomen arbeidsomvang per kalenderjaar wordt berekend door per aangiftetijdvak (60,00 uur) de overeengekomen arbeidsomvang bij elkaar op te tellen. Er zijn dertien aangiftetijdvakken. Dus 13 x 60,00 = 780,00 uur.

Er is sprake van 1200 verloonde uren in het kalenderjaar. ((1200/780) – 1) x 100% = 53,85% dus afgerond 53% meer verloonde uren dan de overeengekomen arbeidsomvang. Dit is meer dan 30% daarom wordt in dit geval de lage WW-premie herzien.

Voorbeeld toetsing 4

De werkgever hanteert een aangiftetijdvak van een maand. De werknemer heeft een vast contract voor twintig uur per week. Per 15 december gaat de werknemer uit dienst (en was verder het gehele kalenderjaar in dienst). De overeengekomen arbeidsomvang in december is (20,00 uur x 14 kalenderdagen) / 7 = 40,00 uur. De overeengekomen arbeidsomvang per aangiftetijdvak over de andere aangiftetijdvakken is 86,67 uur. De totale overeengekomen arbeidsomvang in het kalenderjaar is (11 x 86,67) + 40,00 = 993,37 uur.

Er is sprake van 1200 verloonde uren in het kalenderjaar. ((1200/993,37)-1) x 100% = 20,80% dus afgerond 20% meer verloonde uren dan de overeengekomen arbeidsomvang. Dit is minder dan 30% daarom wordt in dit geval de lage WW-premie niet herzien.

Meer voorbeelden

Meer voorbeelden en informatie omtrent het herzien van de lage WW-premie in verband met meer dan 30% extra verloonde uren kun je vinden via de volgende link

Herzien

Wanneer kan ik de lage WW-premie herzien?

Op het moment dat je aangifte doet over december weet je mogelijk al of er herzien moet worden of niet. De Belastingdienst geeft aan dat de herziening eventueel al direct verwerkt mag worden met de aangifte over december. Dit is echter niet mogelijk in Easyflex, omdat het overzicht 'Herziening lage premie' alleen rekening houdt met de reeds aangegeven loonaangiftes; de contracturen en verloonde uren van de 'nog aan te geven loonaangiftes' worden niet meegenomen in de resultaten van het overzicht, dus heb je pas een compleet beeld wanneer de laatste loonaangifte is aangegeven. Daarom kun je in Easyflex pas herzien nadat de laatste loonaangite is aangegeven.